lid worden alles over hockey


Hockey: een populaire sport voor jongens en meisjes 

 

 

 

Hockey is een populaire sport in Nederland. Het is een sport voor jongens en meisjes die je al vanaf je 4e jaar kan spelen. Op de Doornse Hockeyclub starten jongens en meisjes van vier en vijf jaar door elkaar met Funkey. Ze trainen één keer per week hun balvaardigheden en doen spelletjes. Kinderen van zes en zeven jaar spelen met aparte jongens- en meisjesteams in de E6-tallen wedstrijdjes van twee keer 25 minuten op kwart veld. Ze trainen één keer per week. Kinderen van acht en negen jaar spelen in de E8-tallen op een half veld met teams van acht spelers een wedstrijd van twee keer 30 minuten. Vanaf tien jaar spelen kinderen in de D-lijn op een heel veld een wedstrijd van twee keer 35 minuten. Kinderen van 12 en 13 spelen in de C-lijn, 14 en 15 in de B-lijn en 16 tot en met 18 jaar in de A-lijn. 

 

 

 

Hockey 

 

Hockey is een spel waarbij twee teams van 11 elf spelers met een stick en een bal tegen elkaar spelen. Elk team heeft een keeper. De bal mag alleen maar worden bewogen met de platte kant van de hockeystick. Een wedstrijd duurt twee keer 35 minuten met een pauze van 5 minuten. Als je de bal binnen de cirkel van de tegenstander in slaat en de bal over de doellijn gaat, scoor je een doelpunt. Het team dat de meeste doelpunten maakt, wint de hockeywedstrijd. Op een toernooi wordt bij gelijkspel een verlenging of een penalty shoot-out gehouden om te bepalen wie de wedstrijd wint. 

 

 

 

Veld 

 

Zomers wordt hockey in de buitenlucht gespeeld op een kunstgrasveld en ’s winters in de zaal. Een heel kunstgrasveld is 91,40 meter lang en 55 meter breed (inclusief de lijndikte) en heeft aan weerszijde een hockeydoel. Alle lijnen moeten 7,5 cm breed zijn. Een hockeyveld heeft 23-meter lijnen dwars over het veld (op 22,90 meter gemeten vanaf de achterlijn) en twee cirkels voor de doelen. In de zaal is het veld kleiner en gelden andere regels. 

 

 

 

 

 

Spelregels 

 

De Koninklijke Nederlandse Hockeybond (KNHB) stelt de spelregels op voor het hockeyspel. Een paar belangrijke regels zijn: 

 

• Je mag niet met de bolle kant van de stick slaan 

 

• Je mag de bal niet spelen met voeten, benen of andere lichaamsdelen 

 

• Je mag niet je lichaam gebruiken om de bal af te schermen 

 

• Je mag de bal niet spelen boven schouderhoogte 

 

• Je mag de tegenstander niet vastpakken of hinderen met je stick 

 

 

 

De keeper 

 

Om doelpunten tegen te gaan is er een goede keeper nodig met spelinzicht en goede reflexen. Omdat hockeyballen hard zijn en hard geslagen worden, heeft een keeper de nodige bescherming aan: een helm, hand-, arm-, borst-, been- en voetbeschermers (klompen). De keeper heeft naast de afwijkende uitstraling door alle bescherming ook een afwijkende kleur shirt. De keeper mag gebruik maken van het lichaam om de bal te stoppen, maar mag niet op de bal blijven liggen of buiten het 23-meter gebied komen. 

 

 

 

De scheidsrechter 

 

Een scheidsrechter zorgt ervoor dat een hockeywedstrijd eerlijk verloopt en dat de spelers de regels niet overtreden. Als de regels worden overtreden kan de scheidsrechter een ‘straf’ uitdelen. Een paar belangrijke maatregelen om een overtreding te bestraffen zijn: 

 

 

 

Een vrije slag

 

Een vrije slag wordt gegeven bij overtredingen op het middenveld tussen de 23-meterlijnen, bij overtredingen van aanvallers binnen het 23-metergebied van de tegenstander en bij overtredingen van verdedigers in het eigen 23-metergebied, maar buiten de cirkel. 

 

 

 

Een strafcorner

 

Een strafcorner wordt gegeven bij onopzettelijke overtredingen van een verdediger binnen de eigen cirkel (bijvoorbeeld de bal raken met de voet), bij het opzettelijk over de achterlijn spelen van de bal en bij opzettelijke overtredingen binnen het eigen 23-meter gebied. Een strafcorner wordt de cirkel ingespeeld vanaf een strafcornerstreepje op de achterlijn. De bal moet eerst buiten de cirkel komen voordat er een doelpoging kan worden gedaan. In de praktijk wordt de bal ingespeeld buiten de cirkel, stilgelegd door een stick bij de grond en richting doel gepusht of geslagen om te scoren. Een schot mag daarbij niet hoger dan de plank achter in het doel zijn, een push mag wel hoog worden gescoord 

 

 

 

Een strafbal 

 

Een strafbal wordt gegeven bij opzettelijke overtredingen van een verdediger in de eigen cirkel tegen een tegenstander die aan de bal is, het weerhouden van het aan de bal kunnen komen en overtredingen (al dan niet opzettelijk) die een bijna zeker doelpunt voorkomen. Bij een strafbal staan de speler en keeper oog in oog staan. De bal wordt genomen vanaf de stip en mag in één keer gepusht worden. Er is geen rebound mogelijk bij een strafbal. 

 

 

 

Groene, gele en rode kaarten

 

De scheidsrechter kan ook persoonlijke straffen opleggen door kaarten uit te delen. Er zijn drie kaarten: • De groene kaart (driehoek) = tijdelijk 2 minuten van het veld • De gele kaart (vierkant) = tijdstraf van 5 of 10 minuten • De rode kaart (rond) = definitief van het veld. 

 

 

 

Uitbal, achterbal en lange corner

 

Reguliere uitballen aan de zijkant betekent dat de tegenstander de bal mag inslaan vanaf die plek. Bij een achterbal wordt de bal vanaf de eigen cirkel weer ingeslagen. Lange corners worden genomen vanaf de 23-meterlijn nadat een bal via de tegenstander over de achterlijn is gegaan. 

 

 

 

Shoot-out 

 

Als er bij toernooien in een knock-out fase de stand na de speeltijd gelijk blijft op het scorebord, wordt er een shoot-out gehouden. Hierbij mag elke ploeg om en om vijf keer met één speler vanaf de 23-meterlijn met de keeper in duel om (binnen acht seconden) te scoren. Een rebound mag hier wel afgemaakt worden. Blijft het na deze vijf pogingen van elk team alsnog gelijk, dan gaan ze om en om door totdat één ploeg wint. 

 

 

 

De Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) 

 

De KNHB bepaalt de regels voor hockey in Nederland. De regels zijn in lijn met de internationale spelregels van de International Hockey Federation (IHF)